18 mei 2011Defensie zit budgettair op zijn tandvlees. Het totale budget voor Defensie daalt dit jaar opnieuw. Met 1,20% van het BBP dat gespendeerd wordt aan Defensie haalt België de NAVO-minimumnorm van 2% in de verste verte niet. Dat is geen verwijt, wel een nuchtere vaststelling. Meer middelen voor Defensie is – zoals minister De Crem in de commissie Landsverdediging reeds orakelde – niet realistisch. Defensie is traditioneel het eerste domein waarin wordt geschrapt als de regering moet besparen. Dat is al jaren zo en dat zal wellicht niet gauw omkeren, wegens een gebrek aan draagvlak bij de bevolking en in dit politieke halfrond.
Sinds 1993 kent het defensiebudget eigenlijk een nominale nulgroei. De financiële middelen voor Defensie zitten vast in een soort dwangbuis die steeds krapper wordt. Want hoewel het loon van een militair – zoals het loon van elke andere werknemer – onderhevig is aan inflatie, is dit niet zo voor het totale budget van Defensie. Loonstijgingen worden m.a.w. niet doorgerekend in het totale budgettaire plaatje, waardoor de financiële ruimte voor andere uitgaven en investeringen jaar na jaar kleiner wordt.
Het aandeel van de uitgaven voor lonen stijgt dus elk jaar en is vandaag veel te groot. De verhouding van de uitgaven voor personeel, werking van het leger en investeringen is problematisch en is totaal ontspoord: grosso modo 70-20-10, waar die idealiter 50-25-25 bedraagt.
Deze problematiek is wellicht de belangrijkste bezwarende factor waar ons leger en het budget voor Defensie mee te kampen hebben. Het aandeel in het totale budget voor de uitbetaling van lonen moet dringend naar omlaag. En stevig naar omlaag.
Investeringen legermaterieel komen ernstig in gedrang
Dat heeft een reden: er moet meer geld vrijgemaakt kunnen worden voor investeringen in legermaterieel. Het legerbudget voor investeringen dreigt, zeker op middellange en langere termijn, ontoereikend te worden. Er is het gevaar dat bepaalde belangrijke investeringsprogramma’s niet kunnen worden uitgevoerd zoals ze gepland waren. En zoals ze nodig zijn willen we onze militairen uitrusten met het modernste en veiligste materieel.
Wij hebben heel wat militairen die vandaag en morgen actief zijn in internationale operaties. Het moet de ambitie zijn van ons leger om de belangrijke internationale rol van solidariteit en coöperatie inzake Defensie die er vandaag is, om die ook in de toekomst te bestendigen. Daar zijn investeringen in modern materieel uiteraard broodnodig voor.
Maar met het modernste materieel kunnen we ook de veiligheid van onze jongens maximaliseren. En ook dàt is voor ons een prioriteit.
De plafonnering van de vastleggingskredieten voor dit jaar kan in dat opzicht een ernstig probleem vormen. Het leger zelf stelt dat 413 miljoen euro vastleggingskredieten noodzakelijk is. Op instructie van de minister van Begroting kreeg minister De Crem daar amper een derde van. In de verklarende nota van die laatste bij de begroting stelt hij zelf dat de in de algemene uitgavenbegroting ingeschreven vastleggingskredieten actueel ontoereikend zijn om op een betekenisvolle wijze de draad van de investeringen opnieuw op te nemen.
De N-VA stelt zich dan ook vragen of de concrete aankoopdossiers van o.m. de AIV en de MPPV zullen kunnen worden afgehandeld zoals gepland en nodig. Op iets langere termijn, maar veel dichterbij dan sommigen misschien denken, komt de vervanging van de F16’s wellicht in gevaar.
Minister De Crem maakt zich sterk dat hij via een speciale werkgroep de noodzakelijke bijkomende vastleggingskredieten, die nodig zijn om het investeringsluik van het plan voor de voltooiing van de transformatie verder te kunnen uitvoeren, alsnog zal kunnen binnenrijven. Daar durf ik toch openlijk aan te twijfelen. Wij willen liever duidelijke afspraken, garanties hebben op papier, dan een zogenaamde “note verbale” die in een sfeer van onduidelijkheid en vooral onzekerheid blijft zweven. Maar we zullen zien bij de eerstvolgende begrotingscontrole. Ik duim met de minister mee.
In de toekomst nog meer snijden in het defensiebudget is wat de N-VA betreft dus zeker niet wenselijk. Want anders zullen we het ambitieniveau van het leger noodgedwongen moeten reduceren, zullen we aan een pak minder internationale operaties kunnen deelnemen en zullen we bijgevolg onze internationale rol inzake defensie sterk moeten terugschroeven.
En dat is wat onze fractie betreft geen optie. Vandaag niet, morgen niet en ook overmorgen niet.
Beneluxleger
Daarom is het dringend tijd dat we kiezen voor een totaal andere aanpak, een nieuwe weg die we met ons leger moeten inslaan. We moeten kiezen, vandaag, voor een sterk doorgedreven internationale krachtenbundeling. We moeten daarbij verder durven gaan dan samenwerking en mikken op samensmelting.
Een eengemaakt Europees leger is voor ons het ideale scenario, maar dat is op korte of middellange termijn niet echt realistisch.
Daarom moeten we de banden aanhalen met onze kleinste buren, Nederland en Luxemburg en de voorbereidingen starten voor een eengemaakt Beneluxleger. Dat Beneluxleger zal zorgen voor grote schaalvoordelen, meer specialisatie en meer efficiëntie.
De incentive, het momentum daarvoor was nooit groter dan vandaag het geval is. Overal moet Defensie stevig besparen. Een verregaande internationale krachtenbundeling is daar het passende antwoord op. Wij vragen de minister nogmaals om daarover het debat in dit parlement te starten. Liever vandaag dan morgen.
|
Auteur(s): |
Bert Maertens, Kamerlid N-VA |
Contactinfo: |
Thema('s): |
Buitenland & defensie |