Geachte heren en dames schepenen, beste muzikanten, geachte aanwezigen,

Precies 100 jaar geleden, op 11 november 1918 om 5u ’s morgens, tekenden de Franse Maarschalk Foch en de Duitse politieke afgevaardigde Erzberger de wapenstilstand die het gruwelijk tafereel van de Groote Oorlog moest stoppen. Zes uur later zouden de wapens zwijgen, maar het zou nog maanden duren vooraleer er echt vrede kwam en de Eerste Wereldoorlog helemaal voorbij was.

Vandaag zijn we hier samen, exact 100 jaar later, aan het monument ter ere van de Izegemse slachtoffers uit ’14-’18 en aan onze prachtige vredesboom, die ter herdenking van het einde van de Eerste Wereldoorlog in 1920 is aangeplant hier op de Melkmarkt, de Vredesplaats zoals dit plein vlak na de oorlog werd genoemd.  We zijn hier samen om de slachtoffers te eren die de gruwel van de Groote Oorlog ook in onze stad jammer genoeg heeft gemaakt. De slachtoffers, die gebeiteld staan in de gedenksteen hier achter mij. Zij staan hier op dit monument vereeuwigd, voor ons en voor de volgende  generaties. De gedichten die de oude en nieuwe kinderburgemeester straks zullen voordragen, tonen aan dat deze mensen blijven verder leven in de huidige generaties. 

Dames en heren,

Dat de moord op de Oostenrijkse troonopvolger aartshertog Frans Ferdinand van Habsburg en zijn gemalin, op 28 juni 1914, de directe aanleiding zou betekenen van een immens grote oorlogsmachine die gans Europa in vuur en vlam zou brengen, kon niemand toen inschatten. En toch gebeurde het zo, hoewel de echte oorzaken van de start van het conflict uiteraard veel dieper lagen. Op dinsdag 28 juli 1914 verklaarde Oostenrijk de oorlog aan Servië. Het werd het startschot voor een verschrikkelijk wrede, vier jaar lang durende oorlog waarbij nagenoeg de ganse wereld betrokken raakte.

Ook België. Op 4 augustus 1914 viel Duitsland België binnen, onder meer op doortocht naar Frankrijk.

Zoals u allen heel bekend was de streek rond Ieper een van dé plaatsen in de wereld waar er heel hevig aan het front werd gevochten, met onnoemelijk veel dode soldaten en burgers tot gevolg. Izegem lag net achter het IJzerfront, waardoor de stad willens nillens een niet onbelangrijke rol kreeg toebedeeld.

Op 23 augustus 1914 kwamen de eerste Duitse verkenners in Izegem aan. Dat verliep niet zonder slag of stoot: bij een korte schermutseling kwam die dag al een politieman om het leven. Met dit incident was de oorlog ook in Izegem een feit. Op 18 oktober werd Izegem uiteindelijk een door de Duitsers bezette stad.

Maandag 19 oktober werd een heel zwarte dag in de geschiedenis van onze regio. Jonge Duitse troepen werden in de regio rond Roeselare onverwachts onder vuur genomen door Franse sluipschutters. Voor het eerst sinds hun aankomst werden de soldaten geconfronteerd met de dood en de gruwel van de oorlog. Helemaal in paniek en woedend om de verrassingsaanval, dachten ze terug aan de verhalen die ze gehoord hadden over schietende burgers. Ze verdachten onschuldige inwoners ervan te hebben geschoten op hun troepen en lieten, op wraak belust, een spoor van moord, brand en vernieling na. Verschillende burgers werden gefusilleerd. Ook in Kachtem vielen 4 burgers te betreuren. Maandag 19 oktober werd voor altijd Schuwe Maandag.

Izegem lag net achter de frontlinie, wat de Duitse bezetter ertoe bracht om van onze stad het centrum van de Kriegslazaretten te maken. Verschillende openbare en andere grote gebouwen werden door de Duitsers ingezet om de zieken en gewonden van aan het front hier in Izegem te verzorgen. Er waren bijvoorbeeld lazaretten in ’t Gildenhuis in de Kruisstraat, het klooster van de Paters Kapucijnen in de Roeselaarsestraat, de Heilig Hartkerk en het klooster van de zusters Avé Maria.

Ook het kasteel van Gaspard Vanden Bogaerde, kasteel Wallemote, werd gebruikt als kriegslazaret. Eind 1915 werd er in het kasteel een ontluizingsinstallatie voor soldaten ingericht. Luizen waren een echte plaag bij de soldaten en in het kasteel werden zij behandeld en kon hun kledij worden gewassen. Het “Luizenkasteel”, zoals de bevolking het kasteel wel eens noemde, werd in 1917 een gevangenis voor Italiaanse krijgsgevangenen. De ontluizingsinstallatie werd overgebracht naar het klooster van Avé Maria.

Het Kasteel Blauwhuis was een andere belangrijke, vooral logistieke, plek voor de Duitsers. Het kasteel werd in het begin van de oorlog bezet. In de tuin werden tenten en barakken gebouwd om gereedschap, bouwmateriaal en munitie op te slaan. De adellijke familie Gillès de Pélichy, die vandaag nog steeds, maar voor heel even nog, eigenaar is van het kasteel, bleef in het kasteel wonen tot 30 september 1918. Daarna eiste de Duitse bezetter het hele kasteel op, in het kader van het eindoffensief. Wanneer de Duitsers zich moesten terugtrekken, brachten ze al de opgeslagen munitie tot ontploffing. Gelukkig hield ons prachtig kasteel stand, maar de bijhorende hoeve Het Neerhof en het kasteelbos, het Boomforeest, brandden wel af. Vandaag zijn de Neerhofstraat en de Boomforeeststraat uiteraard nog verwijzingen naar de gebeurtenissen van toen.

Geachte aanwezigen,

De Groote Oorlog eindigde officieel op 11 november 1918. Izegem werd iets eerder al bevrijd, midden oktober was dat. Nadat op 28 september het bevrijdingsoffensief over de hele lengte van het westelijk front begon, namen geallieerde troepen op 14 oktober 1918 de wijk Bosmolens weer in.

De bevrijding lukte echter niet zonder bloedvergieten, jammer genoeg. Toch slaagden de Belgische soldaten er in om Izegem op woensdag 16 oktober te bevrijden van de Duitse bezetting, de Duitse troepen startten hun aftocht.

Een kleine maand later, op 11 november, klonk om 11 uur op alle fronten het “Staakt het vuren”. Er was overal vreugde omwille van het einde van het onmenselijke bloedvergieten, maar diepe treurnis om de ontelbare gesneuvelden, verminkten en vermisten. Een hele generatie mensen was de onbecijferbare tol voor de teruggewonnen vrijheid. 

Dames en heren,

Vandaag, precies 100 jaar later, brengen we ook hier in Izegem hulde aan de vele soldaten die in onze Vlaamse velden zijn komen strijden voor een vrije wereld. Militairen van hier, maar ook soldaten uit andere landen van Europa, tot zelfs Afrika, Noord- en Zuid-Amerika, Azië en Oceanië, die hier in de streek rond Ieper zijn komen vechten en waar ontelbaar velen zijn gesneuveld en begraven. Deze nagedachtenis moeten we blijven doorgeven aan onze kinderen en kleinkinderen, aan de volgende generaties.

Een plechtigheid als deze past daar zeker in. En dit jaar organiseerde de stad in het kader van 100 jaar Groote Oorlog een hele reeks activiteiten. In onze bibliotheek loopt er nog tot 15 november een tentoonstelling over de Eerste Wereldoorlog. Er was vorige week een themawandeling, gisterenavond nog was er het concert van de Izegemse Stadsfanfaren en volgende week zijn er nog enkele voordrachten over het onderwerp in het stadhuis en in De Leest. Ik wil de organisatoren, vrijwilligers en medewerkers van de stad, graag feliciteren met hun initiatief en bedanken voor hun inzet.

Geachte aanwezigen,

Vrede is het hoogste goed. Vrede heeft een prijs. We moeten er met zijn allen in investeren. We moeten de vrede opbouwen, onderhouden en voortdurend versterken. De wereld van vandaag is in elk opzicht helemaal verschillend dan de wereld van 1914. Op het vlak van technologie, wetenschap, onderwijs, economie en tal van andere domeinen. Nochtans zien we dingen die ook terugkeren. Eén ervan is helaas de neiging van volkeren, van staatsleiders, van militaire leiders en ook van religieuze leiders om te hervallen in conflict en geweld. Geweld en oorlog omwille van geld, omwille van grond en omwille religieus fundamentalisme. En vaak een gevaarlijke mix daarvan.

Laat ons, dames en heren, laat ons daarom van vandaag, 11 november, niet alleen een dag maken waarop we de wapenstilstand en het einde van de gruwelijke Eerste Wereldoorlog herdenken. Maar laten we vandaag ook een signaal van hoop uiten. Hoop op een vredevolle wereld, zonder haat, zonder racisme, zonder moslimfundamentalisme, zonder geweld, zonder oorlog. En daarom wil ik graag eindigen met de hoopvolle woorden die op de IJzertoren in Diksmuide staan geschreven: NOOIT MEER OORLOG.  

Dankuwel.